Veelgestelde vragen

Op deze pagina hebben wij een selectie gemaakt van de meest gestelde vragen met betrekking tot het Logistiek Centrum Eerbeek.

Wat was er voorheen op het Burgersterrein?

Voordat het transportbedrijf Burgers Logistics zich in 1986 vestigde aan de Loubergweg, was op dit terrein de papierfabriek Hens gevestigd. Tot 2009 is op het terrein een transport- en distributiebedrijf in werking geweest. In 2012 zijn alle gebouwen gesloopt en is de grond gesaneerd. Sinds die tijd ligt het terrein braak. Het terrein is sinds jaar en dag in gebruik geweest als industrieterrein en heeft ook altijd een industriële bestemming gehad.

Wat heeft de Raad van State gezegd over de bestemming LCE?

In Bestemmingsplan Eerbeek was voor het Burgersterrein de wijziging van industrieterrein naar een logistieke bestemming opgenomen. Op 11 september 2019 vernietigde de Raad van State dit planonderdeel uit het bestemmingplan. De Raad van State geeft aan dat nut en noodzaak voldoende onderbouwd zijn, maar dat een aantal uitgangspunten verder uitgewerkt moet worden. Deze uitwerking is vooral bedoeld om beter inzicht te krijgen in het effect op de (directe) omgeving. Het gaat dan om een verdere uitwerking van:

  • de inrit van het terrein,
  • de bouwhoogte,
  • het deel van het terrein dat bebouwd mag worden,
  • de groene zone tussen het gebouw en het stationsplein .

De Raad van State heeft de opdracht gegeven om binnen 52 weken een besluit te nemen over de nieuwe bestemming. Dit is een ‘termijn van orde’. Dit betekent dat de termijn een streven is en geen eis. Zolang er geen bestemming is vastgesteld mag er niets ontwikkeld worden op het Burgersterrein.

Waarom een Logistiek centrum op het Burgersterrein?

Om op langere termijn gezond en concurrerend te blijven, moeten de papierfabrieken in Eerbeek op eigen terrein kunnen groeien en hun processen kunnen vernieuwen. Tegelijk moeten deze processen schoner worden, door gebruik van schonere energiebronnen en minder uitstoot van CO2, fijnstof en stikstof. Op dit moment zijn er veel (vracht)verkeersbewegingen tussen de fabrieken en tijdelijke, verspreid liggende opslaglocaties. Door het bundelen van vervoersbewegingen van verschillende fabrieken naar één centraal gelegen locatie in Eerbeek, verminderen we de afstand van de verkeersbewegingen en daarmee de uitstoot. Met de komst van het LCE ontstaat op de fabrieksterreinen ook ruimte voor veranderingen en mogelijkheid voor groei. Daarnaast zorgt de centrale ligging ook voor een verbetering van de leefbaarheid.

Wat is een inpassingsplan?

Een inpassingsplan is een provinciaal bestemmingsplan. De provincie stelt alleen een inpassingsplan op als er een provinciaal belang is. De procedure voor een inpassingsplan is hetzelfde als die van een bestemmingsplan. Het inpassingsplan bestaat uit bestemmingen en regels. Met een bestemming wordt voor ieder stuk grond aangegeven waarvoor het gebruikt mag worden. Een bestemmingsplan is meestal een mix van behoud (het tegengaan van ongewenste ontwikkelingen) en uitvoering (het mogelijk maken van ontwikkelingen).

Voorbereiding en terinzagelegging inpassingsplan

Tijdens de voorbereiding van het inpassingsplan kunt u informeel meedenken en ideeën aandragen. Deze informatie, samen met de onderzoeken die uitgevoerd worden, vormen een belangrijke basis voor het ontwerp-inpassingsplan.

Vervolgens wordt het ontwerp-inpassingsplan gemaakt en samen met de uitgevoerde onderzoeken ter inzage gelegd. U kunt dan binnen 6 weken een zienswijze indienen. In deze zienswijze beschrijft u waar u het wel en niet mee eens bent en waarom. Uw zienswijze wordt betrokken bij de vaststelling van het inpassingsplan.

Het definitieve inpassingsplan

Een inpassingsplan wordt door Provinciale Staten vastgesteld. Daarna wordt het plan opnieuw ter inzage gelegd. Bent u het niet eens met het vastgestelde inpassingsplan? Dan kunt u als betrokkene beroep aantekenen bij de Raad van State.

Waarom een inpassingsplan?

De Raad van State (RvS) heeft binnen het bestemmingsplan Eerbeek een aantal planonderdelen vernietigd, waaronder de logistieke bestemming op het Burgersterrein. De bezwaren en de uitspraak van de Raad van State hadden vooral betrekking op de gevolgen voor de omgeving.

Het project LCE is een belangrijk project voor alle partners binnen het programma Eerbeek Loenen 2030. Het versterken van het vestigingsklimaat en daarmee behoud van de werkgelegenheid, is van provinciaal belang. Er is daarom voor gekozen om een provinciaal inpassingsplan op te stellen.

Welke onderzoeken worden uitgevoerd?

Bij het inpassingsplan horen veel onderzoeken. Op basis van deze onderzoeken wordt het plan verder uitgewerkt en aangescherpt. Er wordt voor het logistiek centrum in ieder geval onderzoek uitgevoerd naar de natuurwaarden, archeologie en geluid. Naast de milieueffecten wordt er ook gekeken naar de ruimtelijke kwaliteit, financiële uitvoerbaarheid en (verkeers-)veiligheid.

Voor sommige grote ontwikkelingen of ontwikkelingen met veel milieueffecten, moet een milieueffectrapportage (MER) worden opgesteld. De milieuonderzoeken (geluid, trilling, bodem, water, natuur, etc.) worden dan in samenhang uitgevoerd. Het is nu nog niet duidelijk of voor het LCE een MER moet worden opgesteld. Dit hangt af van de uitkomsten van het natuuronderzoek (onderdeel stikstof). Toch wordt vast gestart met de procedure voor een MER. Als later blijkt dat het opstellen van een MER niet verplicht is, kan gekozen worden om de m.e.r-procedure te stoppen.

Hoe ziet een m.e.r.-procedure eruit?

Het is nu nog niet duidelijk of voor het LCE een MER moet worden opgesteld. Dit hangt af van de uitkomsten van het natuuronderzoek (onderdeel stikstof). Toch wordt vast gestart met de procedure voor een MER. Als later blijkt dat het opstellen van een MER niet verplicht is, kan gekozen worden om de m.e.r-procedure te stoppen.  

Het toetsen van de milieueffecten verloopt volgens een wettelijke procedure, de m.e.r.-procedure. Het milieueffectrapport (MER) staat centraal in deze procedure. In het MER wordt voor verschillende varianten of alternatieven getoetst wat de milieueffecten zijn. Je kunt dan vergelijken welke varianten/alternatieven beter of slechter scoren op milieueffecten. Het MER bepaalt dus niet welk alternatief uitgevoerd wordt. Het geeft inzicht in de effecten, zodat een bewuste afgewogen keuze gemaakt kan worden.  

De eerste stap in de procedure is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In deze notitie wordt het doel en de aanpak aangegeven, toegelicht welke varianten/alternatieven mogelijk zijn en welke milieuaspecten worden getoetst. Deze notitie wordt ter visie gelegd zodat iedereen aanvullingen/ideeën kan meegeven. Ook een onafhankelijke commissie, de commissie m.e.r ., kan advies uitbrengen of de uitgangspunten voor het onderzoek in orde zijn.

Wilt u meer weten over de wettelijke procedure? Kijk dan op de pagina van infomil.

Wat is een Notie Reikwijdte en detailniveau (NRD)?

Als een Milieueffectrapportage opgesteld wordt, gebeurt dat met een paar stappen. De eerste stap in de procedure is het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In deze notitie wordt het doel en de aanpak aangegeven, toegelicht welke varianten/alternatieven mogelijk zijn en welke milieuaspecten worden getoetst. Deze notitie wordt ter visie gelegd zodat iedereen aanvullingen/ideeën kan meegeven. Ook een onafhankelijke commissie, de commissie m.e.r., kan advies uitbrengen of de uitgangspunten voor het onderzoek in orde zijn.

Wilt u meer weten over de wettelijke procedure? Kijk dan op de pagina van infomil.

Wordt er in de onderzoeken aandacht besteed aan stikstof?

De landelijke stikstofrichtlijnen gaan over de bescherming van bijzondere en kwetsbare natuurgebieden in Nederland (Natura2000-gebieden). Te veel aan stikstof in de lucht zorgt voor een afname van soortenrijkdom in de natuurgebieden. In de buurt van Eerbeek en Loenen liggen 2 Natura2000 gebieden: de Veluwe en Landgoederen Brummen (gebied rondom de Empesche- en Tondensche Heide). Voor nieuwe projecten wordt getoetst of er sprake is van een toename van stikstof in deze gebieden en of dit een schadelijk effect heeft op de natuur. Projecten treffen maatregelen om zo min mogelijk stikstof uit te stoten. Vaak is dit goed te combineren met maatregelen die getroffen worden om energie neutraal, CO2 neutraal en duurzaam te ondernemen. Voor het LCE wordt gedacht aan gasloos bouwen en elektrisch vervoer van en naar de fabrieken.

Wilt u meer weten over stikstof en Natura2000 gebieden? Kijk dan op de pagina van BIJ12.

Wordt er ook gekeken naar CO2 en fijnstof?

Soms lijkt het door het stikstofdossier dat er minder aandacht is voor CO2 en fijnstof. Achter de schermen is dat gelukkig zeker niet het geval. Sterker nog, de noodzaak om stikstofuitstoot terug te brengen, zorgt voor een versnelling van de stappen die nodig zijn om over te schakelen naar andere vormen van energie. De afgelopen tijd zijn gesprekken gevoerd tussen provincie Gelderland en de 4 papierfabrieken in Eerbeek en Loenen over de te nemen maatregelen om zowel de uitstoot van CO2  en fijnstof te reduceren, als de stikstofuitstoot. Dat is niet alleen van belang voor de natuur, maar ook voor de luchtkwaliteit in Eerbeek en Loenen.

Wat is het aandeel van de papierfabrieken in de werkgelegenheid?

De papierindustrie in Eerbeek en Loenen is het hart van de papierindustrie in Nederland en van groot economisch belang voor Gelderland. De papierindustrie heeft een aandeel van circa 40% van het totaal aantal banen in de economie van de omgeving Eerbeek en Loenen. De papierindustrie in Eerbeek en Loenen geeft een directe werkgelegenheid van ongeveer2.500 arbeidsplaatsen en circa 4.000 indirecte arbeidsplaatsen. De papierindustrie is als het ware de kurk waar deze regio op drijft. Behoud van de papierindustrie en -keten is daarom ook van groot belang.